Posts met de tag REALITEIT



Ik plof op de bank. Ik kom net terug van een wijntje in de stad. De alcohol kriebelt nog aangenaam na in mijn buik en ik voel 'm door mijn aderen ruizen. Ik staar voor me uit en plots denk ik aan jou. Ineens besef dat ik niet weet wanneer ik voor het laatst aan je gedacht heb.

Zwaluwen scheren vlak langs het gras. Ik leun met m'n hoofd schuin tegen de rugleuning en kijk naar de zwaluwen zonder ze echt te volgen. Ze vliegen mijn beeld in en uit. De zon staart me aan terwijl ze steeds iets naar onderen zakt. Waar m'n vriendin en ik gisteren na een lange autorit met veel harde muziek en gelach, nog hele verhalen tegen elkaar te vertellen hadden, lijkt nu de stilte ons te hebben overgenomen.

"Mar, wil jij even naar papa lopen"? Mijn zus klopt op de deur met haar mobiel aan haar oor. Ze reageert niet op mijn vraag wat er aan de hand is omdat ze net iemand aan de lijn krijgt. Geïrriteerd loop ik naar beneden: met je vader zo dicht bij de dood is het fijn om te weten wat er precies aan de hand is. Maar aan haar stem te horen is er geen paniek. En dus loop ik op mijn gemak naar beneden.

Ik had gedacht (of gehoopt) dat het natuurlijk zou gaan. Dat de aanblik van jou zo, mijn wens om je hier te houden zou overstemmen. De verpleegkundige zei gisteren dat het nu tijd is om je te vertellen dat je mag gaan. Dat het jou helpt als we je dat zeggen. Om los te laten, zodat je niet meer hoeft te strijden. Maar ik wil het nog niet papa. Is dat wreed van mij?

Met je mond probeer je een woord te vormen. Maar het kost je te veel moeite. Je lippen vormen een O, maar het geluid blijft uit. "Ik ben zo tróts op je pap" zeg ik terwijl mijn stem breekt. Ineens schieten je ogen wat meer open en lijk je mij te zien. Je steekt je hand moeizaam uit en raakt kort mijn neus aan. Dan zak je weg.

"Mag ik nog zo'n morfine-pufje?" "Nou, pap, ik weet niet of dat zo handig is, dan val je weer in slaap" zegt mijn zus terwijl ze om zijn bed heen loopt om hem nog wat morfine te geven. "Das niet erg" zegt mijn vader. Mijn zus glimlacht. "Ik bedoel meer dat het nu niet handig is, omdat er bezoek is". Ze knikt naar het bezoek dat om zijn bed heen zit. "Oh, maar ik vind toch niets aan dat gesprek " zegt mijn vader.

"Dit is het dan....dit is het dan" verzucht je. Met lege ogen staar je voor je uit. Ik ga naast je zitten. Mijn handen leg ik in mijn schoot. Moet ik je hand pakken? Moet ik je omarmen? Mijn handen blijven op hun plek. Ik heb geen idee. Ik heb geen idee wat ik moet doen, wat ik moet zeggen tegen je.

Ik fiets vanaf het Centraal Station naar huis, mijn weekendtas op de rug. Op terrassen zitten mensen te genieten van de laatste herfststralen die de zon ze geeft. Mijn hoofd zit vol met flashbacks aan het weekend, aan mijn vader en moeder die ik weer achter gelaten heb. In het overvolle Amsterdam voel ik ineens me heel klein. Het lijkt mijn verdriet uit te vergroten, tot een Mount Everest in omvang.