De tijd zal vreemden van ons maken
Je houdt me vast en aan je ademhaling hoor ik dat je slaapt. Ik staar in het donker voor me uit en denk aan straks. Als het licht wordt en het leven weer begint zul je gaan. We zullen elkaar een laatste kus geven, een laatste blik net voordat je uit het zicht verdwijnt.

‘Haar zus is best slim, maar ik denk dat Marjolein het niet zo ver gaat schoppen’ had mevrouw Algera tegen mijn ouders gezegd waar ik bij zat. Mijn zus was zojuist met vlag en wimpel geslaagd voor haar VWO en na de vakantie stonden haar niet één maar twee studies te wachten, waar ze vier jaar later ‘met genoegen’ (nog net niet cum laude) van zou afstuderen.

Ze zoeft langs me en ik vang nog een flard op van de zin die ze uitspreekt. Iets met systemen die gecheckt moeten worden maar dan in corporate woorden die direct mijn hoofd uit fladderen, terwijl ik nog zo mijn best doe om ze te onthouden. Een leeg kinderzitje pronkt voor op haar fiets zie ik, als ik mijn hoofd nog even omdraai in de richting die ze op fietst. Waarschijnlijk is ze hard op weg om het kindje dat daarin hoort op te halen van de crèche.


Inspiratie blijft een gek dingetje vind ik. Het is niet te vangen en het komt en het gaat wanneer het zin heeft. Tis net een puber waar je soms tegen wilt schreeuwen ‘dat het geen hotel is hier’, en die je mist als ‘t z’n slungelige lijf al een tijd niet meer naast jou op de bank heeft gevlijd.

"Nee, je bent niet op vakantie, je bent op reis" antwoordt hij op mijn opmerking over hoe fijn vakantie toch is. Zijn neus steekt-ie een stukje hoger de lucht in. Hij is gekleed in een kaki kleurig overhemd, afritsbroek en bruine wandelschoenen. Zijn vrouw is zijn evenbeeld wat betreft kleding alleen draagt zij in plaats van een overhemd een polo. Meestal in vale tinten, maar soms trekt ze een kleurtje aan. Als we 's avonds gaan eten knoopt ze een kleurrijk sjaaltje om haar nek.

Ik zet m'n fiets in een rekje en loop het paadje op waar ik 5 maanden geleden ook liep. Toen we jou hier gingen begraven. Met Pasen op een begraafplaats. Happy fucking Easter. Toen was het koud en lag de natuur stil. Nu begint alles langzaam tot bloei te komen. De zon belicht kleine vliegjes die rondjes om elkaar vliegen en daardoor clustertjes in de lucht vormen.


“Ik haal er toch even een arts bij”, zegt de assistente tegen mij. Ik knik en kijk haar na terwijl ze wegloopt. Eventjes ben ik alleen in de ruimte. Ik kijk naar mijn arm die afgekneld wordt door de mouw van mijn blouse die ik omhoog heb gestroopt om het stukje wild vlees, zoals ik ‘m noem, en de moedervlek zoals de assistent hem bestempelde, bloot te geven.

Ik klik toch weer de documentaire Be Here Now aan. Andy Whitfield die het eerste seizoen van Spartacus speelde en daarna kanker kreeg. En daar in 2015 aan overleed. Van de week had ik ‘m na twintig minuten weggeklikt. Omdat ik er verdrietig van werd. En het herinneringen opriep. De zwaarte, de hoop en uitzichtloosheid, levens die uit elkaar gaan lopen omdat het een stopt en het ander door gaat.

Meer weergeven